Stappenplan toepassing vakantiedagenregeling WNT bij beëindiging dienstverband

Voor het vaststellen van het aantal niet-opgenomen vakantiedagen dat bij beëindiging van het dienstverband mag worden afgekocht zonder gevolgen voor de WNT, bijvoorbeeld ter voorkoming van een (dreigende) onverschuldigde betaling, kunnen de volgende stappen worden doorlopen.

Stap 1                          

Vaststelling aantal bij beëindiging van het dienstverband resterende,
niet-opgenomen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen
en de jaren van opbouw van de aanspraak daarop

Stap 2 • Vaststelling hoogte afkoopsom

Stap 3

Toerekening vakantiedagen aan eerdere kalenderjaren waarin opgebouwd en waarin ruimte resteert in de norm (artikel 3, tweede lid, Uitvoeringsregeling WNT)

Stap 4

Als er na stap 3 nog dagen resteren: Vaststelling vakantiedagen die in laatste twaalf kalendermaanden zijn opgebouwd en niet zijn vervallen (artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 1°, Uitvoeringsregeling WNT)

Stap 5

Als er na stap 4 nog dagen resteren: Vaststelling wettelijke vakantiedagen die niet zijn vervallen binnen de wettelijke vervaltermijn om de reden dat ze, aantoonbaar, redelijkerwijs niet konden worden opgenomen, en die niet zijn verjaard (artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2°, Uitvoeringsregeling WNT)

Stap 6

Als er na stap 5 nog dagen resteren: Vaststelling resterende onverschuldigde betaling

Toelichting

Stap 1
Vaststelling van het aantal niet-opgenomen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen bij beëindiging van het dienstverband dient plaats te vinden op basis van de informatie in de administratie van de instelling en eventuele andere stukken in het dossier. In de administratie behoort te zijn vastgelegd in welk jaar de vakantiedagen zijn opgebouwd en of het om wettelijke dan wel bovenwettelijke vakantiedagen gaat. In de administratie behoort ook te zijn vastgelegd volgens welke methode en in welke volgorde opgenomen vakantiedagen worden afgeboekt van het vakantiesaldo per jaar van opbouw en per type (wettelijk of bovenwettelijk).

De volgorde van het opnemen van vakantiedagen, is volgens normaal gebruik als volgt:
(1) de wettelijke vakantiedagen,
(2) de bovenwettelijke vakantiedagen.

Bij het meenemen van wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen naar een volgend jaar, is de volgorde van opnemen als volgt:
(1) de wettelijke vakantiedagen die zijn meegenomen uit het voorgaande jaar,
(2) de wettelijke vakantiedagen uit het lopende, te verantwoorden jaar,
(3) de bovenwettelijke vakantiedagen die zijn meegenomen uit het voorgaande jaar,
(4) de bovenwettelijke vakantiedagen uit het lopende, te verantwoorden jaar.

Voorgaande volgorde heeft vooral te maken met het vervallen en verjaren van vakantierechten. Wettelijke vakantieaanspraken hebben een wettelijke vervaltermijn van zes maanden na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd (die niet geldt als de werknemer de dagen, aantoonbaar, redelijkerwijs niet heeft kunnen opnemen) en de bovenwettelijke vakantiedagen hebben een verjaringstermijn van vijf jaar.

Bij het opnemen van vakantiedagen, komen kort gezegd als regel eerst de vakantiedagen in aanmerking die nog het kortst geldig zijn. De oudste vakantierechten (d.w.z. rechten uit eerdere jaren die niet zijn vervallen en niet zijn verjaard) worden als eerste opgemaakt, waarbij de oudere wettelijke rechten worden opgemaakt vóór de jongere wettelijke rechten (omdat die eerder vervallen) én de wettelijke rechten worden opgemaakt vóór de bovenwettelijke rechten (dit, omdat de wettelijke rechten eerder vervallen dan de bovenwettelijke).

N.B.1 Dagen zoals ATV-dagen of compensatiedagen en dergelijke dagen, of dagen die via een IKB-regeling of een daarmee vergelijkbare regeling in fiscaal gefacilieerd spaarverlof zijn ondergebracht, blijven buiten beschouwing omdat deze dagen niet als vakantiedagen worden aangemerkt.

N.B.2 Indien het aantal en de soort vakantiedagen niet vastgesteld kan worden op basis van de administratie van de instelling, kan de vakantiedagenregeling formeel niet worden toegepast en wordt de volledige afkoopsom (van stap 2, hieronder) als onderdeel van de bezoldiging aangemerkt, wat in geval van overschrijding van het bezoldigingsmaximum een onverschuldigde betaling tot gevolg heeft.

Stap 2
Berekening van de hoogte van de afkoopsom per soort en per jaar op basis van de gegevens in de vakantiedagenadministratie. Vaststelling van de hoogte van de afkoopsom ter zake dient plaats te vinden op basis van de stukken in het dossier.

Stap 3
Met toepassing van artikel 3, tweede lid, Uitvoeringsregeling WNT kan onder twee voorwaarden, ter voorkoming van een onverschuldigde betaling, toerekening plaatsvinden van de afkoopsom of delen daarvan aan eerdere kalenderjaren:

(a) waarop de betreffende vakantiedagen betrekking hebben (d.w.z. waarin ze zijn opgebouwd), én

(b) waarin nog ruimte in het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum resteert.

Als niet aan beide voorwaarden wordt voldaan, is toerekening aan een eerder kalenderjaar niet toegestaan.

Stap 4
Voor zover er na stap 3 nog een niet toegestane overschrijding van het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum resteert, dan wordt als eerste artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 1°, Uitvoeringsregeling WNT toegepast:

(a) Vaststelling óf sprake is van niet-opgenomen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen die zijn opgebouwd in de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan de datum van beëindiging van het dienstverband en die niet zijn vervallen op grond van artikel 7:640a BW (d.w.z. binnen de wettelijke vervaltermijn dan wel binnen de tussen partijen afgesproken vervaltermijn).

(b) Als hiervan sprake is, moet daarna worden vastgesteld om hoeveel wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen het concreet gaat en welke bezoldiging daarbij hoort.

Stap 5
Voor zover er na stap 4 nog een niet toegestane overschrijding van het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum resteert, dan wordt vervolgens artikel 2, tweede lid, onderdeel i, onder 2°, Uitvoeringsregeling WNT toegepast:

(a) Vaststelling óf sprake is van niet-opgenomen wettelijke vakantiedagen die niet zijn vervallen binnen de wettelijke vervaltermijn van artikel 7:640a, eerste volzin, BW op de grond dat de functionaris ze, aantoonbaar, redelijkerwijs niet heeft kunnen opnemen, en die ook niet zijn verjaard op grond van artikel 7:641 BW.

(b) Als hiervan sprake is, moet daarna worden vastgesteld om hoeveel wettelijke vakantiedagen het concreet gaat en welke bezoldiging daarbij hoort.

Stap 6
Voor zover er na stap 5 nog een niet toegestane overschrijding van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum resteert, dan is het betreffende bedrag onverschuldigd betaald op grond van artikel 1.6, eerste lid, WNT.

N.B. Waar hiervoor gesproken wordt over vakantiedagen, worden ook vakantieuren bedoeld. Wat van toepassing is, wordt bepaald door wat partijen hebben afgesproken over de vorm waarin vakantierechten worden opgebouwd (in dagen of in uren).