Hoe wordt de deeltijdfactor bepaald?

Het uitgangspunt voor bepaling van de deeltijdfactor is de werkelijke omvang van het dienstverband per week. Doorgaans komt deze overeen met  de omvang van het dienstverband dat is vastgelegd, respectievelijk overeengekomen, in een besluit, overeenkomst, opdracht of contract. Om de deeltijdfactor te bepalen dient deze te worden afgezet tegen het binnen de instelling gebruikelijke omvang van een voltijds dienstverband.

Bijvoorbeeld:

De omvang van het dienstverband zoals overeengekomen met een topfunctionaris is 18 uur per week. Binnen de betreffende WNT-instelling is de gebruikelijke omvang van een voltijds dienstverband 36 uur per week. De deeltijdfactor is dan 18 uur/36 uur is 0,5 fte.

Feitelijk meer gewerkte uren leiden alleen tot een hogere factor, als:

  • De instelling aantoonbaar heeft ingestemd met deze uren én
  • aantoonbaar is dat een prestatie is geleverd voor deze uren én
  • door de instelling beloning is uitbetaald voor deze uren.

NB. Bij een deeltijdfactor van meer dan 1 fte wordt de omvang van het dienstverband voor de berekening van het bezoldigingsmaximum op 1 fte gesteld.

Indien de deeltijdfactor niet is vastgelegd kan het daarvoor bestemde stappenplan gevolgd worden.