Wanneer en hoe dient een overschrijding van de maximale bezoldiging gemotiveerd te worden?

Voor topfunctionarissen (ook zonder dienstbetrekking) en niet-topfunctionarissen geldt dat een overschrijding van het geldend bezoldigingsmaximum, altijd in de jaarrekening moet worden gemotiveerd. Voor topfunctionarissen is een overschrijding van de maximale bezoldiging alleen  toegestaan in enig boekjaar als:

  • Het overgangsrecht van toepassing is (artikelen 7.3 en/of 7.3a WNT of artikel 7 Uitvoeringsbesluit WNT); of
  •  Een ministerieel besluit een hogere bezoldiging toestaat (de artikelen 2.4, 2.5, 2.7 en 3.4 WNT); of
  •  Een in het verantwoordingsjaar ontvangen (na)betaling aan het eerdere kalenderjaar waarop deze betrekking heeft wordt toegerekend op grond van artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling WNT.

Indien één van de bovenstaande situaties van toepassing is, dan kan die grondslag gebruikt worden als motivering in de jaarrekening.

In alle andere gevallen betreft het een onverschuldigde betaling die door de topfunctionaris terugbetaald moet worden.  Een vordering wegens een onverschuldigde betaling op een topfunctionaris wordt in de jaarrekening afzonderlijk toegelicht. Indien de onverschuldigde betaling volledig is terugbetaald voordat de jaarrekening is vastgesteld, dan hoeft deze vordering niet in de jaarrekening te worden opgenomen.

Bij niet-topfunctionarissen is overschrijding in alle gevallen toegestaan. In het kader van de transparantie moet wel elke overschrijding bij niet-topfunctionarissen inhoudelijk worden toegelicht. De geldende norm moet hierbij worden berekend naar rato van de omvang van het dienstverband.