Wat is het bezoldigingsmaximum voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking? (vanaf 2016)

Met ingang van 1 januari 2016 bestaat de normering voor de eerste twaalf kalendermaanden van de functievervulling uit twee onderdelen. Er geldt een maximum uurtarief en een absoluut maximum op basis van het aantal kalendermaanden waarin is gewerkt.

Voor de eerste zes maanden waarin gewerkt wordt, wordt gerekend met een hoger bedrag dan voor de volgende zes maanden. Het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum is de laagste uitkomst van het maximum uurtarief maal het aantal gewerkte uren enerzijds en het absolute maximum op basis van het aantal kalendermaanden waarin is gewerkt anderzijds. Na twaalf kalendermaanden is het algemene bezoldigingsmaximum of het sectorale bezoldigingsmaximum van toepassing. Zie voor de hoogte van de normbedragen het overzicht met bezoldigingsmaxima voor het desbetreffende jaar.

Voorbeeld met normbedragen zoals deze golden in 2016 en 2017:

Een topfunctionaris zonder dienstbetrekking vervulde in 2016 vier kalendermaanden een topfunctie en in 2017 nog drie maanden. Voor de eerste zes maanden van de functievervulling golden in 2016 en 2017 normbedragen van respectievelijk € 24.000 en € 24.500 per maand, voor de zevende tot en met de twaalfde maand waren € 18.000 en € 18.500 de normbedragen. Het absoluut maximum is voor deze topfunctionaris dan 4 x € 24.000 + 2 x € 24.500 + 1 x € 18.500 = € 163.500.
De verdeling van dit bedrag over de zeven maanden is vrij. Zo mag ook per maand een gemiddelde bezoldiging van ca € 23.357 worden uitgekeerd (€ 163.500 gedeeld door 7).

Het maximum uurtarief bedroeg voor 2016 € 175 en voor 2017 € 176. Stel dat de betreffende topfunctionaris in 2016 400 uur heeft gewerkt en in 2017 300 uur, dan bedraagt het bezoldigingsmaximum op grond van het uurtarief voor 2016 € 70.000,- (400 X 175) en voor 2017 € 52.800 (300 X 176). Voor de gehele periode geldt zodoende op grond van het uurtarief een bezoldigingsmaximum van € 125.800 (€70.000 +€ 52.800).